Als je één plek in Cuba zou moeten kiezen om de essentie van het eiland te ervaren dan is het zonder twijfel Trinidad. Deze bijzondere stad, aan de zuidkust van Cuba, is een levend monument van het verleden, een muzikale broedplaats en een toegangspoort tot zowel bergen als strand. Het is een plek waar je in één dag meerdere gezichten van Cuba kunt zien en voelen: van de koloniale geschiedenis en de sporen van slavernij tot prachtige natuur, muziek op elke hoek van de straat en stranden zoals je ze verwacht in Cuba.
Gebouwd op koloniale rijkdom en een duistere geschiedenis
Trinidad Cuba (dus niet Trinidad en Tobago) werd gesticht in 1514 en groeide in de 18e en 19e eeuw uit tot een centrum van de suikerproductie. De prachtige koloniale architectuur die je vandaag ziet – de sierlijke huizen, geplaveide straten en imposante pleinen – is grotendeels te danken aan de enorme winsten uit de suikerrietteelt.

Maar die rijkdom had natuurlijk een duistere prijs: duizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen werden naar deze regio gebracht om onder mensonterende omstandigheden op de plantages te werken. De elegantie van de villa’s en herenhuizen in de stad contrasteert scherp met de brute werkelijkheid waar die welvaart op gebaseerd was. Zelfs vandaag de dag zie je de grens nog van waar de rijke Cubanen woonde, en waar de hekken het afsloten van de arme gedeeltes. Om hier meer over te leren, raad ik je aan om een wandeltour te doen, waarin je precies wordt uitgelegd hoe de geschiedenis van Trinidad in elkaar zit. Er zijn verschillende free walking tours.
Bezoek een suikerrietplantage
Een bezoek aan de Valle de los Ingenios (de Suikermolensvallei), net buiten de stad, is een must visit als je hier meer over wilt weten. Het kost een euro om binnen te komen en een gids legt je vervolgens alles uit. Hier zie je nog steeds ruïnes van oude plantages, suikermolens en de indrukwekkende Manaca Iznaga-toren. Die toren, ooit gebruikt om arbeiders en slaven te controleren, is nu een uitzichtpunt over de vallei, maar is vooral een confronterend symbool van controle en macht.
Pro tip: koop hier een glaasje versgeperst suikerriet sap. Heel populair in Cuba en verbazingwekkend verfrissend! Wij gingen op de fiets naar de plantage, wat best een stukje fietsen is, maar wel een mooie route. Dit was een heerlijke opfrisser én energie boost. Ook meteen gezellig een praatje gemaakt met de locals, terwijl de meeste hen voorbij liepen. Zonde. Is je bezoek aan een suikerriet plantage wel compleet zonder een drankje te proeven?


Trinidad is uiteraard niet de enige plek waar je kunt leren over het slavernij verleden van Cuba. Alhoewel veel mensen hier helaas nooit levend vandaan zijn gekomen, zijn er overal in Cuba meerdere plekken en verhalen te vinden die je meer leren over het verzet van de slaven, die uiteindelijk hebben geleid tot vrijheid van heel veel mensen. Ze zijn er heel open over en vinden het duidelijk belangrijk dat deze geschiedenis niet vergeten wordt. Zo vind je bijvoorbeeld in Viñales ook grotten waar de slaven soms wel jaren in leefde, nadat ze waren ontsnapt van de plantages. Het is natuurlijk een eiland, dus zelfs als ze konden ontsnappen, zaten ze meestal nog steeds vast. Toch vond ik de plantage in Trinidad het meest leerzaam.
De stad van kunst en muziek
Maar Cuba heeft natuurlijk ook een hele vrolijke geschiedenis, die voor veel van ons een reden voor reizen naar Cuba is. Namelijk: muziek, dans en kunst. En daarvoor moet je écht in Trinidad zijn. Er zijn hele straten met kunst ateliers en je vindt op elke hoek van de straat muziek. Vroeger was Havana misschien de stad van muziek, maar wij hebben dat nu echt niet zo ervaren. Het is gewoon een hoofdstad, waar je heus wel feestjes en danslessen kunt vinden. En ook daar vind je veel kunst, vooral streetarts en kunstenaars die op staat hun werk verkopen en maken. Maar het heeft gewoon niet de sfeer zoals in Trinidad.

Omdat Trinidad meer voelt als een klein dorp dan een stad, heb je meer die dorpse gezelligheid. Zodra de zon onder gaat, kom je er niet meer omheen. Rooftops veranderen in kleine podia en overal waar je loopt, kun je meegenieten van de optredens. ’s Avonds kun je je volledig onderdompelen in de wereld van Cubaanse muziek, met 3 belangrijke locaties waar de hele stad zo’n beetje rondhangt ’s avonds.
De absolute must-see is La Casa de la Música, waar je op de trappen buiten, onder de sterrenhemel, kunt dansen op liveoptredens. Een bandje speelt muziek en enkele locals zijn beschikbaar voor gratis lesjes salsa. Kijk je liever toe? Ga dan aan een tafeltje op de trappen zitten. Het platform voor het podium is bedoeld om te dansen. Als er veel enthousiastelingen zijn, worden de tafels opzij geschoven en wordt er verwacht dat je gezellig mee doet. Entree is nog geen € 2 en het is gegarandeerd een mooie avond! Meestal is het optreden van 9 tot 11. Maar Cubanen laten zich niet haasten, dus vaak begint het later. Zolang black-outs een probleem zijn, kan de tijd ook worden beïnvloed door een gebrek aan stroom. Heb geduld, bestel een drankje en vertrouw erop dat het het wachten waard is.
Kleinschaliger, meestal op hetzelfde tijdstip, is Rincón de la Salsa. Ook ongeveer € 1 entree en er bestaat een kans dat je dezelfde bandleden van La Casa de la Música hier weer tegenkomt. Dit is wat meer lokaal, echt een plek waar de locals komen voor een drankje en dansje. Kleinschaliger, dus gemakkelijker om in contact te komen met mensen en als je net als ik wat ongemakkelijk bent met dansen voor een groot publiek, is dit een veiligere plek om het eens te proberen.

Wil je echt een avond stappen? Dan is Disco Ayala de place to be. Van heel Cuba, als je het mij vraagt. Deze club zit in een grot, en alleen dat al is een reden om er even te kijken. Je moet een stukje klimmen om er te komen (of neem een taxi) maar het is het meer dan waard! Dit is waarschijnlijk de gaafste club die ik ooit heb gezien. Het is er wel snikheet, want er is natuurlijk totaal geen ventilatie in een grot. Maar gelukkig ervaart iedereen het zo. De muziek is hier vooral Cubaanse reggaeton. Alhoewel ze voor de toeristen ook nog wel eens slechte hitjes draaien en er ook wel wat salsa doorheen komt. Maar het is wel echt en club club, waar mensen helemaal los gaan en je de echte Cubaanse danscultuur ontdekt. Wij zijn er uiteindelijk 2x geweest, omdat de sfeer gewoon fantastisch was. Deze is wel prijziger, rond de € 8 entree maar inclusief een drankje.
De bergen rondom Trinidad
Voor wie denkt dat Trinidad alleen geschiedenis en cultuur biedt: think again. Ook de actievelingen komen hier aan hun trekken, met een prachtig berggebied en indrukwekkende watervallen. Slechts een halfuurtje rijden brengt je naar het berggebied Topes de Collantes, onderdeel van het Escambray-gebergte. Dit weelderig groene nationale park is een paradijs voor wandelaars, natuurliefhebbers en rustzoekers.
Er zijn verschillende hikes die je kunt doen en verschillende watervallen. Het handigst is om een taxi te nemen die je naar de ingang van een waterval route brengt. De rit naar boven is namelijk heel stijl en de oude auto’s zijn niet bepaald goed onderhouden, door gebrek aan middelen. Tenzij je héél goed bent met auto’s, wil je op die berg niet stranden. Vanaf de start zijn de meeste hikes zo’n 1,5 uur naar de waterval.
Wij gingen voor Vegas Grande en dat was een top keuze! To be fair, hebben we het grootste deel van onze tijd doorgebracht bij Ellen, een Cubaanse pensionado die een café heeft overgekocht en aan het opknappen was: D’Sendero Finca Vega Grande. Naast café voor hikers, wil ze hier ook een kampeerplek creëren en werkt ze samen met een school in Havana, door studenten de mogelijkheid te geven om bij haar meer te leren over vogels. Ben je fan van vogelspotten op reis? Dan kan zij je alles vertellen over Cubaanse vogels.

Maar de waterval zelf was ook prachtig! En de hike waard. In de hitte is het wel pittig en het is niet geschikt voor mensen met gezondheidsproblemen. Voordeel is wel dat je er kunt zwemmen. Dus je kunt lekker afkoelen en bijkomen voor je weer terug omhoog klimt. Houd rekening met de openingstijden, het is namelijk maar tot 5 uur open. Als je net als wij te lang blijft hangen om koffie te drinken, moet je best haasten om dat nog te redden…
Zon, zee en strand in Trinidad
Na een dag vol geschiedenis, hiken of een iets te enthousiast feestje, is er geen betere plek om te ontspannen dan aan het strand. Gelukkig ligt Playa Ancón op slechts 12 kilometer van Trinidad. Wij huurde fietsen en maakte er een dagje van. Dit langgerekte witte zandstrand wordt vaak genoemd als een van de mooiste stranden van Cuba – en terecht. De zee is warm, helder en kalm, ideaal om te zwemmen of te snorkelen.

Wij kozen echter voor een rustiger strand. We vonden Playa Ancón een beetje te gelikt, met de strandtentjes en bedjes en locals hadden ons al meerdere keren verteld over Playa Maria Aguilar, waar zij heen gingen. Nou, niemand te bekennen, maar daarom hadden we dus het hele strand voor onszelf! Een prachtig ongerept strand, vol gespoeld met stukken koraal en zelfs in het ondiepe water zag je al kleurrijke visjes zwemmen.
Neem wel waterschoenen mee. Je moet een stukje over steen, voor je bij het zand deel komt. En de stenen worden ook bewoond door kleine zee-egels. Maar daardoor is het dus een heerlijk rustig strand met ernaast ook een gezellig restaurant voor een hapje of drankje.
In Trinidad blijf je hangen
Wij hadden eigenlijk niet zo’n hoge verwachting van Trinidad. Vooral door een gebrek aan kennis. Niemand had het er echt over en het zag er klein uit. Maar het kostte maar een paar uur voor we besloten ons verblijf te verlengen en onze laatste stop in Las terrazzas te skippen. We vonden in Trinidad alles wat we van de eerdere stops zo leuk vonden, allemaal in één stadje gepropt. We vonden hier weer heerlijke restaurants, na dagen lang hetzelfde te eten. We werden al snel regulars bij onze favoriete restaurants, zoals vega/vegan restaurant Diverso Trinitario. En we maakte hier binnen een dag vrienden.
Ondanks dat Trinidad officieel een stad is, voelt het als een dorp. Je komt iedereen elke keer weer tegen. Vrienden uit de club werkte in restaurants waar we de volgende dag gingen eten, bleken in de band te zitten van de optredens of kwamen we op straat weer tegen. Het voelde alsof we er woonde en we hadden beide ook heel veel moeite om weer naar huis te gaan. Trinidad voelt als thuiskomen, en ik kan niet wachten tot ik weer naar huis mag!





0 reacties