In Zuidoost-Azië lijkt alles steeds sneller te gaan. Meer vluchten, meer resorts, meer bezoekers. Thailand en Vietnam zijn al jaren geliefd bij reizigers, maar betalen daar inmiddels ook de prijs voor: drukte, verlies van authenticiteit en steeds grotere afstand tussen toerisme en het dagelijks leven van locals. Precies daartussen ligt Laos — een land dat bewust een andere weg is ingeslagen.
Laos is nog geen bestemming die iedereen op zijn radar heeft. En juist daardoor voelt reizen hier anders. Rustiger. Menselijker. Toerisme heeft het land nog niet overspoeld, en dat merk je in alles: van de manier waarop je wordt ontvangen tot de plekken waar je slaapt en de activiteiten die je onderneemt. Hier lees je alles over Laos als duurzame bestemming.
Geen haast, geen massa’s, geen facade
Reizen door Laos voelt authentieker, ondanks dat de meeste toeristen toch naar dezelfde plekken komen en je daar echt wel op elke hoek van de straat een reisbureau tegenkomt en met elke 5 stappen iemand “tuktuk?” hoort vragen. Toch is Laos rustiger. De toeristen die hier komen zijn vaker op zoek naar een unieke ervaring dan een lijstje met highlights af te strepen zoals in Thailand vaak het geval is. En daarbij helpt het dat het land zelf ook hun best doet om die authentieke sfeer te bewaren en niet overspoeld te worden door massatoerisme. Toeristen zijn nog steeds gasten in plaats van een vanzelfsprekend onderdeel van het straatbeeld. En de meeste toeristen zijn hier respectvol en passen zich aan aan de lokale bevolking.
Dat zorgt voor een ervaring die steeds zeldzamer wordt: je hebt het gevoel dat je een plek bezoekt zoals die écht is, niet zoals die is ingericht om gefotografeerd te worden door toeristen.
Een bewuste visie op toerisme
Wat veel reizigers niet weten, is dat deze rust geen toeval is. De Laotiaanse overheid voert al jaren een beleid dat inzet op duurzaam, kleinschalig en lokaal toerisme. Niet door het woord ‘eco’ overal op te plakken (alhoewel ik dit woordje hier zéker niet altijd vertrouw), maar door concrete keuzes te maken over hoe en waar toerisme zich mag ontwikkelen.
Laos stimuleert geen grootschalige resorts of toeristische hubs die losstaan van hun omgeving. In plaats daarvan wordt sterk ingezet op community-based tourism: toerisme dat ontstaat in samenwerking met lokale gemeenschappen, en waarvan de opbrengsten direct terugvloeien naar de mensen die er wonen.

Dorpen beslissen zelf of ze toeristen willen ontvangen. Overnachtingen vinden plaats in homestays of kleine guesthouses, vaak gerund door families. Activiteiten sluiten aan op het dagelijkse leven, in plaats van een toneelstukje gecreëerd voor bezoekers. Hierdoor blijft toerisme ondersteunend, in plaats van ontwrichtend.
Nu zit hier natuurlijk altijd een balans in. Want een tour naar een klein dorpje, waar je van alles leert over het lokale leven, maar vervolgens ook wordt doodgegooid met winkeltjes met authentiek gewoven kleding en sjaals, is natuurlijk wel een beetje aangepast op toeristen. Tuurlijk leer je hier van alles en zie je het authentieke leven, maar de grens tussen authentiek en authentieke tentoonstelling is soms een beetje vaag. Maargoed, alle betrokkenen bij deze tours zijn alsnog locals die baat hebben bij het inkomen, dus het is absoluut een betere keus dan via Tui een groepsreis boeken met keten hotels en internationale tourguides.
Natuur eerst, toerisme later
Laos bestaat grotendeels uit bergen, bossen en rivieren. Die natuur is niet alleen indrukwekkend, maar ook kwetsbaar. Grote delen van het land vallen onder nationale beschermde gebieden, waar toeristische ontwikkeling streng gereguleerd wordt. Grootschalige bouwprojecten zijn hier simpelweg niet toegestaan. Je betaalt ook echt óveral entree; uitzichtpunten, watervallen, natuurparken, alles is betaald. De prijs ligt tussen de 20.000 en 50.000 kip (dus zo’n € 1-2) en het inkomen wordt volledig gebruikt om de natuur te onderhouden. Prima investering dus en een goed systeem om de natuur te beschermen.
Soms betekent dit wel dat je zelf niet zomaar ergens heen kunt, en verplicht bent een tour te boeken. Waar die €1 per entree je echt niet blut maakt in betaalbaar Laos, tikken die tours toch wel aan. Een dagtrip is snel € 30-90 afhankelijk van de activiteiten, soms dus met entreekosten, lunch en een enigszinds verplicht souvenirshop bezoekje daar nog bij opgeteld. Ook gaan tours vaak alleen in groepen, of betaal je in je eentje voor meerdere personen. Als solo reiziger beperkte mij dat aardig en betekende dat onder andere dat een bezoekje aan het Nam Ha national park voor mij niet mogelijk was. (Wellicht heb ik niet goed genoeg gezocht en misschien als ik het zou vragen, zou ik kunnen aansluiten bij een andere groep, maar op de websites kwam ik alleen aanbiedingen tegen voor minimaal 2 personen.)
Duurzame accommodaties overal waar je kijkt
Bijna overal waar je komt in Laos, heb je een ruime keuze aan Ecolodges en Farmstays. (Ik type dit nu vanuit dit leuke farmstay hostel in Nong Kiau. Dus zelfs voor budget reizigers zijn er super duurzame opties.) Als het niet zó groen is, is het alsnog vaak een guesthouse of lokaal gerund hostel, want internationale investeerders zijn er weinig. Tuurlijk kom je wel eens een plekje tegen dat bijvoorbeeld door een Fransman of Australiër wordt gerund. Vaak met een lokale partner, maar niet altijd. Maar dit komt aanzienlijk minder vaak voor dan in veel andere landen. Het is namelijk niet mogelijk om iets te kopen in Laos. Als communistisch land is alle grond in Laos bezit van de overheid, en kun je het alleen huren. En dan niet een jaarcontract, maar 30 tot 50 jaar is vrij normaal. Maar uiteindelijk blijft het land van de staat en als je bijvoorbeeld overlijdt, gaat het terug naar de staat en kan het dus bijvoorbeeld niet worden nagelaten aan eventuele kinderen of familieleden.

Dit maakt Laos een minder interessant land om in te investeren, wanneer iemand puur vanuit een winstoogmerk een bedrijf wil starten. Hetzelfde geldt overigens voor Thailand, alhoewel je daar wel meer keten hotels vindt, omdat toerisme daar nu eenmaal een veel grotere economische impact heeft. Omdat Laos nog niet massaal op de toeristische kaart staat, hebben grote internationale hotelketens het land grotendeels links laten liggen. En juist in deze tijd, waarin meer en meer toeristen op zoek zijn naar authentieke ervaringen, is het gemakkelijk voor een land ‘in opkomst’ om die authentieke ervaring te behouden. Toeristen wíllen in guesthouses verblijven, samen met de familie eten, tips krijgen van de lokale bevolking en het gevoel hebben dat ze bij verre familie of vrienden op bezoek zijn. Laos biedt een persoonlijke ervaring en de kans is groot dat ze deze manier van reizen in stand kunnen houden.
Dat heeft een groot duurzaam voordeel: je geld blijft lokaal. Het ondersteunt families, creëert werkgelegenheid en voorkomt dat winsten verdwijnen naar buitenlandse aandeelhouders.

Mijn persoonlijke favoriete duurzame accommodatie was een verblijf op een rijstveld net buiten Luang Prabang. Het was een vrij nieuwe boerderij, dus toen ik aankwam was ik alleen op de boerderij. Siphone runt de boerderij, die al generaties lang in de familie is. Het is slechts 30 minuten lopen naar de beroemde Kuang Si-waterval en het uitzicht is geweldig. Je kunt een halve dag op de boerderij boeken, waar ze je voor slechts € 35 alles leren over het runnen van een rijstboerderij in Azië. Ik had helaas geen tijd, maar als je dit doet, laat me dan weten hoe het was!
Activiteiten met culturele waarde
Ook op het gebied van tours en activiteiten voelt Laos anders. Hier geen grote groepen met vlaggetjes of strak getimede programma’s. In plaats daarvan kies je uit kleinschalige, vaak lokaal georganiseerde ervaringen. Denk aan wandelingen door rijstvelden met een dorpsgids die je meer vertelt over het leven in de regio. Meerdaagse trekkings waarbij je ’s avonds eet en slaapt bij een familie thuis. Boottochten over rivieren met lokale schippers die deze wateren al hun hele leven kennen. Deze tours zijn uniek en hebben altijd een lokale touch, zoals een homestay of lokale maaltijd. Ik heb nergens in Laos een lijstje van tour activiteiten gezien waar géén duurzaam item op de dagplanning stond.

Creatieve workshops — zoals weven, textiel verven, pottenbakken of koken — worden gegeven door lokale ambachtslieden, vaak in kleine dorpen met een ophaal service uit de grote stad in de buurt. Je kunt natuurlijk kiezen voor een snelle workshop van een uurtje of 2, maar vaak is er een (half)dagprogramma met een stukje geschiedenis, rondje door het dorpje en een lokaal bereide lunch voor een prijs nog goedkoper dan een budget hotelkamer in Europa. Je leert niet alleen een techniek, maar ook het verhaal erachter. En als je iets koopt, weet je precies wie je daarmee steunt.
Lokale winkels boven doorsnee souvernirshops
In Laos zijn winkels nog geen verlengstuk van massaproductie. In plaats van eindeloze rijen identieke souvenirs zie je handgemaakte producten, lokale textiel en ambachtelijk werk. Natuurlijk is Chinese import aanwezig — Laos onderhoudt nauwe banden met buurland China — maar het straatbeeld wordt nog steeds gedomineerd door lokale creatie, vooral veel gewoven producten die veelal door minderheidsgroepen in het land worden gemaakt en allemaal hun eigen patronen hiervoor gebruiken.
Dat maakt winkelen hier niet alleen leuker, maar ook betekenisvoller. Elk product vertelt iets over de plek waar je bent, en draagt bij aan het behoud van lokale kennis en vaardigheden.
Langzame groei als kracht
Laos investeert weinig in agressieve internationale marketing. Het land profileert zich niet als ‘must-visit’ of ‘hidden gem’. Groei mag hier langzaam gaan. Beheersbaar. In balans met natuur, cultuur en gemeenschap. Of álle locals het hier mee eens zijn, weet ik niet. Toerisme brengt natuurlijk wel geld in het laadje. Maar ik denk dat de meeste wel zien hoe Thailand is overspoeld door massatoerisme en dat dit geen ideale situatie is. Dus de meeste mensen in Laos zijn blij dat toerisme hier in hoeveelheden is die nog behapbaar zijn en het nog gezellig houden.
Dat maakt Laos misschien minder populair op sociale media, maar des te waardevoller voor reizigers die bewust willen reizen en hun impact serieus nemen.
Wat merk je hier als toerist vooral van?
Als toerist merk je van Laos als duurzame bestemming best veel. De duurzame accommodaties die je overal tegenkomt zijn het eerste wat opvalt. En zoals ik al zei, is elk stukje natuur beschermt en betaal je overal entree. Dit op zichzelf is iets wat je merkt, maar je merkt ook dat veel mensen bewuste keuzes maken in welke activiteiten ze geld voor willen betalen. Laos zelf is namelijk spotgoedkoop en een maaltijd is vaak tussen de € 2 – 4 (duurder voor Westers eten). De kosten voor vervoer, entree tot populaire plekken en tours die je verplicht bent te doen omdat je niet zomaar zelf ergens in mag, tikken aardig aan. Budget reizen in Laos is heel goed te doen, maar deze extra kosten veranderen toch snel in een flinke uitgave. Zo merk je dat mensen uiteindelijk dezelfde keuzes maken. De best scorende tours worden het meest geboekt, omdat mensen toch geen zin hebben om voor bijvoorbeeld € 50 een dagtrip te doen, waar ze nog niemand over hebben gehoord. Dat zorgt er ook voor dat veel bedrijven exact dezelfde tours aanbieden en je dus continue in de loep van toeristen blijft hangen.

Als voorbeeld: ik schakelde in Pakse een privé scooter chauffeur in, aangezien ik zelf niet op een scooter stap in Azië. Dit kostte € 27 per dag (prima prijs). Rondom Pakse zijn ook zo’n 10 verschillende watervallen, meerdere koffieplantages, wat uitzichtpunten en natuurlijk een tempel en grote buddha. Toen ik vroeg welke waterval het leukste was, kreeg ik een vrij standaard antwoord “deze is voor zwemmen, deze is voor hiken”. Maar er waren er zoveel meer, dus ik vroeg door; “en deze? En deze dan?” En het kostte wat overtuigingskracht om naar een ‘vervallen’ waterval te gaan in plaats van de populaire plekken. Je moet dus echt wel zelf nog je onderzoek doen als je een beetje unieke plekjes wilt zien in Laos, en de vervoer opties zijn dan een stuk beperkender. De lokale bussen vertrekken vaak vanaf heel onhandige locaties, stoppen niet op veel plekken en gaan maar zelden. Je kunt dus snel op privé opties uit als je ergens anders heen wilt. Nou zijn die dus niet heel duur (want wat was die € 27 voor een dagtrip nou?) maar doe je dit dagelijks, tikt het een heel stuk sneller aan dan de € 5 grab optie die je bijvoorbeeld in Thailand vindt.
Ook merk je dat andere toeristen rustiger zijn. Hier geen zuipende party toeristen, of in ieder geval niet zoveel als in Thailand. Ondanks dat veel mensen beide landen combineren, gaan de meeste party toeristen naar Vietnam en zie je in Laos vooral wat oudere toeristen (die alleen naar Laos of naar Laos en Cambodia komen) en de jongere toeristen die in Laos juist even wat rust zoeken. Meer in de natuur, meer activiteiten zoals hikes, scooter loops of een luchtbalonvaart in Vang Vieng. De hele sfeer in Laos is rustiger. Toeristen nemen de tijd voor het land en de lokale bevolking is calm, probeert niet continue van alles te verkopen en leeft gewoon hun eigen leven om de toeristen heen. Authentieker dus.
De duurzame toekomst van Laos
Waar veel landen nu proberen de schade van massatoerisme te herstellen, laat Laos zien hoe het ook kan. Door vanaf het begin te kiezen voor kleinschaligheid, lokale betrokkenheid en natuurbehoud, heeft het land een vorm van toerisme ontwikkeld die niet alleen mooi is voor bezoekers, maar ook houdbaar voor de toekomst. Laos is geen bestemming voor wie alles snel wil zien. (Dat kan ook niet, want je verplaatsen van A naar B gaat in Laos niet zo gemakkelijk.)
Het is een bestemming voor wie wil blijven hangen, luisteren en meebewegen.
En misschien is dat precies wat duurzaam reizen in de toekomst betekent.




0 reacties